Twijfel je of je verlaagt of verlaagd moet schrijven? Dan ben je zeker niet de enige. Deze twee woorden klinken hetzelfde, maar ze hebben niet dezelfde functie in een zin. Daardoor kun je niet zomaar kiezen welke vorm je gebruikt. In de ene zin schrijf je het woord met een t, terwijl je in een andere zin juist een d nodig hebt. Gelukkig is het verschil goed te begrijpen als je kijkt naar de rol van het woord. Gaat het om iets wat iemand nu doet? Dan kom je vaak uit bij verlaagt. Gaat het om iets wat al is gebeurd? Dan is verlaagd meestal de juiste keuze. We leggen het stap voor stap uit.
Het korte antwoord op de hamvraag
We beginnen even met het korte antwoord op de vraag of verlaagt of verlaagd goed is. Beide vormen zijn namelijk goed Nederlands. Het is dus niet zo dat verlaagt fout is en verlaagd goed, of andersom. Het hangt helemaal af van de zin waarin je het woord gebruikt. Kijk maar naar deze twee voorbeelden:
- De zwembadmedewerker verlaagt de watertemperatuur.
- De zwembadmedewerker heeft de temperatuur verlaagd.
In de eerste zin gebeurt er iets in de tegenwoordige tijd. De zwembadmedewerker doet iets op dit moment, namelijk de watertemperatuur lager maken. Daarom schrijf je verlaagt met een t. In de tweede zin staat het woord ‘heeft’ al als persoonsvorm in de zin. Het woord verlaagd vertelt wat er is gebeurd. Daarom schrijf je hier een d aan het einde. De betekenis lijkt bijna hetzelfde, maar grammaticaal gebeurt er iets anders. Precies daardoor verandert de spelling.
Waarom gaat het zo vaak fout tussen verlaagt en verlaagd?
De verwarring ontstaat vooral doordat je het verschil niet hoort. Als je verlaagt en verlaagd hardop zegt, klinken ze vrijwel hetzelfde. Je moet dus niet op je gehoor vertrouwen, maar op de grammatica van de zin. Dat geldt voor veel Nederlandse woorden die eindigen op een d of t. Denk aan vormen als gebeurt en gebeurd, verandert en veranderd, of verhoogt en verhoogd. Je hoort weinig verschil, maar in geschreven taal maakt één letter wel degelijk uit. Daar komt bij dat veel mensen d’s en t’s toch al behoorlijk lastig vinden. Dat is logisch, want de Nederlandse spelling bepaal je soms door eerst na te denken over de functie van het woord in de zin. Je moet dus niet alleen weten wat het woord betekent, maar ook wat het woord in de zin doet. Dit kan best lastig zijn.
Waarom is de juiste schrijfwijze zo belangrijk?

Het maakt niet uit of je verlaagt of verlaagd schrijft wanneer we kijken naar de manier waarop het woord begrepen wordt. Schrijf je ‘Ik heb de stapel boeken verlaagt’, dan begrijpen mensen dit net zo goed als wanneer je schrijft ‘Ik heb de stapel boeken verlaagd’. Toch is maar één van de twee goed, en dat is de eerste schrijfwijze. Je hebt het namelijk al gedaan en dus schrijf je het met een d. Grammatica is niet altijd belangrijk voor de manier waarop het begrepen wordt, maar vooral voor de manier waarop je overkomt. Laten we eens een ander woord nemen, zoals het werkwoord ‘schrijven’. Je schrijft en je hebt geschreven. Dit is correct. Zie je ergens staan ‘Je schrijft en je hebt geschrijven’, dan weet je prima wat er bedoeld wordt, maar grammaticaal is het natuurlijk niet correct. Het komt direct heel anders over.
Wanneer schrijf je verlaagt?
Je schrijft verlaagt met een t wanneer het de persoonsvorm is in de tegenwoordige tijd. Dat is het werkwoord dat aangeeft wat het onderwerp doet. Neem deze zin:
- De school verlaagt de toelatingseisen.
Het onderwerp is de school. Wat doet de school? Deze verlaagt de toelatingseisen. Het gaat dus om een handeling in de tegenwoordige tijd. Daarom schrijf je verlaagt. Het hele werkwoord is ‘verlagen’. Als je daar -en vanaf haalt, krijg je de stam: verlaag. Bij hij, zij, het en bij enkelvoudige onderwerpen komt er in de tegenwoordige tijd een t achter de stam. Zo krijg je dus:
- hij verlaagt
- zij verlaagt
- het verlaagt
- de bank verlaagt
- de school verlaagt
Daarom schrijf je ook:
- De bank verlaagt de rente.
- Het zalfje verlaagt de stress.
- De gemeente verlaagt de hondenbelasting.
- De school verlaagt de toelatingseisen
In al deze zinnen is verlaagt de persoonsvorm. Het onderwerp doet iets op dit moment of in algemene zin.
Een handige test voor verlaagt
Twijfel je of je verlaagt moet schrijven? Zet de zin dan eens in de verleden tijd. Het woord dat verandert is meestal de persoonsvorm. Bijvoorbeeld:
- De school verlaagt de toelatingseisen.
- De school verlaagde de toelatingseisen.
Je ziet dat verlaagt verandert in verlaagde. Daarmee weet je dat verlaagt de persoonsvorm is. In de tegenwoordige tijd schrijf je dan dus een t. Je kunt de zin ook vragend maken:
- Verlaagt de school te toelatingseisen?
In een gewone vraag komt de persoonsvorm vaak vooraan te staan. Ook dat laat zien dat verlaagt hier de werkwoordsvorm is waar de zin om draait. Nog een derde truc is door het onderwerp te vervangen door hij, zij of het. Kun je zeggen hij verlaagt, zij verlaagt of het verlaagt? Dan schrijf je het woord met een t.
Wanneer schrijf je verlaagd?
Je schrijft verlaagd met een d wanneer het een voltooid deelwoord is. Een voltooid deelwoord geeft aan dat iets al gedaan is. Vaak zie je dan ook een hulpwerkwoord in de zin, zoals heeft, is, wordt of werd. Kijk bijvoorbeeld naar deze zin:
- De toelatingseisen zijn verlaagd.
Het woord ‘zijn’ is hier de persoonsvorm. Verlaagd vertelt wat er met de toelatingseisen is gebeurd. De toelatingseisen zijn lager gemaakt. Daarom gebruik je hier het voltooid deelwoord en schrijf je verlaagd met een d. Nog een paar voorbeelden:
- Het bedrag is verlaagd.
- De webshop heeft de prijzen verlaagd.
- De maximale snelheid werd tijdelijk verlaagd.
- Het bedrijf heeft de abonnementskosten verlaagd.
- Door de actie is het tarief van de dienst verlaagd.
In deze zinnen staat verlaagd niet als persoonsvorm. Er staat al een andere persoonsvorm in de zin. Dat is een belangrijk signaal.
Let op woorden als heeft, is en werd
Een makkelijke manier om verlaagd te herkennen, is door te zoeken naar hulpwerkwoorden. Staat er vlakbij een woord als heeft, had, is, was, wordt of werd? Dan is de kans groot dat je een voltooid deelwoord nodig hebt. Bijvoorbeeld:
- De temperatuur is verlaagd.
- De arts heeft de dosering verlaagd.
- Het tarief werd vorig jaar verlaagd.
In al deze zinnen is de verlaging al gebeurd of wordt beschreven als resultaat. Daarom eindigt het woord op een d. Toch moet je blijven opletten. Het hulpwerkwoord helpt je vaak, maar je moet nog steeds kijken naar de hele zin. Het belangrijkste blijft om je af te vragen of de verlaging al is gebeurd. In dat geval schrijf je het woord meestal met een d.
Waarom eindigt verlaagd op een d?

Om te bepalen of een voltooid deelwoord eindigt op een d of een t, gebruiken veel mensen de regel van ’t kofschip. Er zijn ook scholen waarbij in plaats daarvan de term ’t fokschaap wordt gebruikt. De regels zijn gelijk. Hierbij kijk je naar de laatste letter van de stam van het werkwoord. Het hele werkwoord is ‘verlagen’ en de stam is ‘verlaag’. De laatste letter van de stam is een g. Die letter zit niet in ’t kofschip of ‘t fokschaap. Daarom krijgt het voltooid deelwoord een d. Je schrijft dus ‘verlaagd’ en niet ‘verlaagt’ als het om het voltooid deelwoord gaat. Een andere manier is om naar de verleden tijd te luisteren. In de verleden tijd zeggen we ‘verlaagde’. Je hoort hierin duidelijk een d, dus schrijf je het voltooid deelwoord ook met een d.
Verlaagd als bijvoeglijk naamwoord
Soms gebruik je verlaagd niet als voltooid deelwoord, maar als bijvoeglijk naamwoord. Ook dan schrijf je het meestal met een d. Het woord zegt dan iets over een zelfstandig naamwoord. Bijvoorbeeld:
- de verlaagde prijs
- het verlaagde tarief
- een verlaagde snelheid
- de verlaagde temperatuur
In deze gevallen beschrijf je iets dat lager is gemaakt. Verlaagd hoort dan bij een zelfstandig naamwoord, zoals prijs, tarief, snelheid of temperatuur. Ook hier zie je dus geen persoonsvorm. Er gebeurt niet op dat moment iets in de zin. Je beschrijft alleen een toestand of eigenschap. Het helpt om het verschil heel simpel te onthouden:
- ‘Verlaagt’ gebruik je als iemand of iets nu iets lager maakt.
- ‘Verlaagd’ gebruik je als iets al lager is gemaakt.
Het woord verlaagdt bestaat niet!

Soms ontstaat de twijfel of je misschien verlaagdt moet schrijven. Dat lijkt logisch als je denkt aan woorden met dt, zoals wordt of vindt. Toch is verlaagdt nooit correct. De stam van verlagen is verlaag. In de tegenwoordige tijd (stam+t) komt daar dus nooit een d terecht. Hierdoor is verlaagdt onmogelijk.


