De Reggio Emilia Visie is een pedagogische benadering die zich richt op het jonge kind, met name in de leeftijd van nul tot zes jaar. Deze visie is ontstaan in de Noord-Italiaanse stad Reggio Emilia. Hij is voornamelijk ontwikkeld door de Italiaanse pedagoog Loris Malaguzzi (1920-1994). Hij stelde dat kinderen van nature leergierig en creatief zijn. En dat je als volwassene vooral een begeleidende rol vervult om die natuurlijke nieuwsgierigheid tot bloei te laten komen. De Reggio Emilia Visie heeft wereldwijd veel invloed gehad op de manier waarop kleuter- en basisonderwijs wordt vormgegeven. En wordt geroemd om de wijze waarop het de creativiteit en zelfstandigheid van kinderen centraal stelt.
Ontstaan en achtergrond
In de nasleep van de Tweede Wereldoorlog was Noord-Italië herstellende van oorlogsschade. Toen begonnen ouders en leerkrachten in de omgeving van Reggio Emilia na te denken over een nieuwe onderwijsbenadering. Ze wilden kinderen meer vrijheid en autonomie geven. In de hoop dat zij zich tot kritische en verantwoordelijke burgers zouden ontwikkelen. Loris Malaguzzi sloot zich aan bij deze groep en zette zich in om een vernieuwende visie op onderwijs uit te werken. Het idee was om scholen zo in te richten dat kinderen hun omgeving konden verkennen, experimenteren en vormgeven. De overtuiging dat kinderen van jongs af aan in staat zijn om zelfstandig te denken en te handelen, staat nog altijd centraal in de Reggio Emilia Visie.
Kinderen als actieve ontdekkers

Een van de belangrijkste pijlers van de Reggio Emilia Visie is het respect voor de natuurlijke nieuwsgierigheid van kinderen. Ze worden gezien als onderzoekers die hun eigen leerproces vormgeven door vragen te stellen, samen te werken en te experimenteren. In plaats van dat een leerkracht steeds vooraan in de klas staat met vooraf bedacht lesmateriaal, ga je als pedagoog met de kinderen in gesprek over hun interesses. Die interesses vormen de basis voor projecten die lang kunnen aanhouden, bijvoorbeeld enkele weken of zelfs maanden. Je stimuleert kinderen om verbanden te leggen, om kritisch te kijken en hun eigen oplossingen te bedenken. Zo verwerven ze kennis en vaardigheden die beter aansluiten bij hun eigen belevingswereld.
De rol van de docent

Binnen de Reggio Emilia-benadering vul je als docent meerdere rollen. Je bent zowel begeleider, onderzoeker als deelnemer. Je observeert kinderen grondig om te ontdekken wat hun vragen, behoeften en talenten zijn. Daarop pas je jouw begeleiding aan door kinderen uit te dagen nét een stap verder te denken of te onderzoeken. Ook ben je bezig met het vastleggen van hun voortgang in foto’s, aantekeningen en tekeningen. Zodat je kunt reflecteren op wat er gebeurt in de groep. Je probeert daarbij niet alleen antwoord te geven op vragen. Maar juist de vragen en observaties van kinderen te verdiepen en er nieuwe lagen aan toe te voegen. Het draait om interactie, dialoog en gezamenlijke ontdekkingen.
De omgeving als derde pedagoog
In de Reggio Emilia Visie wordt de fysieke leeromgeving ook wel “de derde pedagoog” genoemd. De inrichting van de ruimte is zo ontworpen dat kinderen zelfstandig kunnen exploreren. Denk aan open kasten met gevarieerd materiaal, knutselhoeken, bouwplekken of onderzoeksstations. Waar kinderen op een laagdrempelige manier kunnen experimenteren met bijvoorbeeld water, licht of natuurlijke objecten. Door de ruimte esthetisch en uitnodigend te maken, met voldoende lichtinval. Maar ook door veel mogelijkheden om werkstukken te exposeren, nodig je kinderen uit tot creativiteit. Op deze manier wordt de ruimte een stimulerende factor in het leerproces. In plaats van een statische achtergrond. De omgeving reageert als het ware op de interesses van de kinderen. En hij verandert mee naarmate projecten vorderen.
Documentatie en reflectie

Documentatie speelt een grote rol in de Reggio Emilia-benadering. Als je een klaslokaal binnenloopt dat volgens deze visie werkt, zie je vaak foto’s van werkprocessen. Maar ook de uiteindelijke resultaten aan de muren, samen met uitspraken van kinderen. Deze documentatie is niet alleen bedoeld voor ouders en bezoekers, maar ook voor de kinderen zelf en jou als pedagoog. Door samen terug te kijken, kun je zien wat er is geleerd, hoe de samenwerkingsprocessen verliepen en welke vragen er nog openstaan. Op deze manier wordt reflectie een vast onderdeel van het leerproces. En ontstaan er nieuwe ideeën voor verdere exploratie. Door documentatie zichtbaar te maken, geef je kinderen ook erkenning voor hun inspanningen en laat je zien dat hun werk waardevol is.
Samenwerking met ouders en gemeenschap
De Reggio Emilia Visie beschouwt ouders als onmisbare partners in het leerproces van hun kind. Zij kennen hun kind immers het beste en kunnen waardevolle inzichten en suggesties aandragen. Ouders worden uitgenodigd om actief deel te nemen aan projecten. Bijvoorbeeld door hun eigen kennis en talenten in te brengen, of door te helpen bij het zoeken naar materialen. Daarnaast is er binnen Reggio Emilia-scholen vaak een nauwe band met de lokale gemeenschap. Soms worden uitstapjes gemaakt naar een nabijgelegen park, museum of winkelstraat. Puur om de omgeving te betrekken in de thema’s die in de klas spelen. Op deze manier wordt leren verbonden met het echte leven en wordt de buurt een verlengstuk van de leeromgeving.
Atelierista en de honderd talen van kinderen
Een bijzonder kenmerk van veel Reggio Emilia-instellingen is de aanwezigheid van een atelierista. Een kunstenaar of creatief geschoold persoon die samen met de kinderen in het atelier werkt. Hier krijgen kinderen de kans om te experimenteren met verschillende materialen en technieken. Variërend van klei en verf tot licht en geluid. Het idee hierachter is dat kinderen zich op allerlei manieren kunnen uitdrukken. Wat in de Reggio Emilia Visie “de honderd talen van kinderen” wordt genoemd. Naast gesproken taal, schrijven en rekenen, zijn er immers talloze andere expressievormen die kinderen kunnen gebruiken om hun gedachten en gevoelens te delen. Door deze expressievormen serieus te nemen en voldoende ruimte te bieden, help je kinderen zich veelzijdig te ontwikkelen.
Projectmatig leren

Projectmatig werken vormt een centrale didactische aanpak in de Reggio Emilia Visie. Zo kan een project ontstaan uit een willekeurige vraag van een kind. Bijvoorbeeld: “Waarom vallen de blaadjes van de bomen?” Je kunt dan besluiten om met de hele groep op onderzoek uit te gaan. Misschien verzamel je herfstbladeren en bekijk je die van dichtbij. Of je gaat met de kinderen naar buiten om te observeren hoe de wind blaadjes meeneemt. Vervolgens kun je in het atelier met verf en klei de verschillende vormen en kleuren van de bladeren vastleggen. Deze projecten kunnen lang doorlopen en vaak komen er weer nieuwe vragen naar voren die leiden tot een volgend thema. Het tempo en de richting worden mede bepaald door de kinderen zelf, waardoor hun betrokkenheid hoog blijft.
Diversiteit en inclusie
Een ander uitgangspunt binnen de Reggio Emilia Visie is het respect voor diversiteit. Omdat je de ontwikkeling van elk kind ziet als uniek en waardevol. Daardoor streef je in de klas naar een omgeving waarin verschillen worden gevierd. Of het nu gaat om taal, cultuur, talenten of leerstijlen, je probeert ieder kind tot zijn recht te laten komen. Door te werken met open projecten en verschillende expressievormen. Hierdoor krijgen kinderen de kans om op hun eigen manier bij te dragen. Dit maakt dat er minder nadruk ligt op standaardiseren en toetsen. Maar meer op wederzijds begrip, flexibiliteit en erkenning van individuele kwaliteiten.
Een dynamische pedagogiek
De Reggio Emilia Visie is geen statisch systeem met vaste methodes. Maar een dynamische pedagogiek die voortdurend in ontwikkeling is. Er is veel ruimte voor eigen invulling en interpretatie. Afhankelijk van de context en behoeften van de kinderen. Ook scholen die geïnspireerd raken door de Reggio Emilia-benadering, passen deze vaak aan hun eigen cultuur en omstandigheden aan.

Het belangrijkste is dat je de kernwaarden bewaart, zodat de uitgangspunten van Loris Malaguzzi overeind blijven. Kernwaarden zoals respect voor het kind, de kracht van documentatie en de rol van de omgeving. Tegelijkertijd zorgt deze flexibiliteit ervoor dat de Reggio Emilia Visie zich kan aanpassen aan veranderende tijden en samenlevingen. Waardoor ze relevant blijft in verschillende landen en culturen.


